Steffy Roos du Maine vertelt over Books & Bubbles, The Secret Garden en het reizen door literatuur.

Ik bijt de kop af met Steffy Roos du Maine, oprichtster van de voormalige en charmante Books&Bubbles, auteur van Van outsider tot Oud-Zuider (in 2013 verschenen bij Prometheus) oud-student van de Sorbonne à Paris, eigenaar van Juridisch Bureau Letselschade & Gezondheidsrecht en fervent boeken romanticus.

De regendruppels vormen een patroon op de ruiten. Buiten is het alweer vroeg donker. Het is een stille zondagavond en de straat is nagenoeg uitgestorven, maar binnen is het Harry Potteresk. Ik zit samen met Steffy Roos aan een beschut tafeltje, omringd door oude schilderijen, Perzische tapijten en dikke kaarsen, in het roestbruine café Moeke Spijktra.

Tegen de achtergrond van de bonte verzameling artefacten en curiosa waar de kroeg sinds 1901 mee is gevuld, neemt Steffy een slok van haar kopje thee. Met haar golvende bruine haar, hoog uitgesneden ogen en dromerige blik zou ze goed materiaal zijn voor een Vermeer. Met als verschil dat Steffy niet lijkt op een uit de kluiten gewassen melkmeid, maar eerder iets in haar uitstraling heeft van een actrice uit the roaring twenties. Dankzij de uitgezakte vlecht in haar lokken, de speelse knipoog die doorklinkt in haar stem en de manier waarop ze ontspannen op de nieuwe theezakjes wijst, wekt Steffy ook de indruk van een Lizzie Bennet, en die vergelijking gaat niet eens volledig mank.

Ze voelde zich als kind maar een vreemde eend in de bijt op het boerenland in Drenthe en verhuisde naar Amsterdam  om haar horizon te verbreden, waarna ze als party girl van Jort Kelder aan de slag ging, het tot socialite in Oud-Zuid schopte en een eigen boekenwinkel begon. Alleen in tegenstelling tot de protagonisten in Austen’s romans is ze niet afhankelijk geworden van één of andere hotemetoot, maar heeft Steffy zelf een mooi appartement geregeld. En deze avond zit ik vooral tegenover een lief meisje in een eenvoudig matrozentruitje met een kekke bril op. Een boekenwurm in hart en nieren, die gek is op het dwalen door nieuwe boekwinkeltjes, niets moet hebben van e-readers en waarde hecht aan de koffievlekken op het papier.

Wat is beslist het boek dat iedereen gelezen zou moeten hebben voor hij of zij sterft?

Less than zero (1987) van Bret Easton Ellis. Het speelt zich af tijdens zijn studententijd, en gaat over een wereld die volzit met drank, drugs, feesten en oppervlakkige vriendschappen. Het boek zit vol met rijke mensen en iedereen is liefdeloos. Het is heel troosteloos, vooral de gesprekken van vader op zoon, ze leven in constante miscommunicatie. Het zijn mensen met zoveel geld maar ze zijn zo ongelukkig. Hij beschrijft die dynamiek op een knappe manier. Het is triest en minimalistisch, maar alsnog erg mooi.”

Wat vond je het meest verwarrende boek dat je ooit hebt gelezen?

“Two Serious Ladies (1943) van Jane Bowles. Toen ik in New York aan de New School studeerde was mijn docente daar helemaal lyrisch over, maar het boek is erg vreemd. Het zijn eigenlijk twee verhalen door elkaar over twee vreemde vrouwen (Christina Goering en Frieda Copperfield) die in de armoede terecht komen. En Vile Bodies/Bright Young Things (1930) van Evelyn Waugh (een verhaal over de decadentie van de jazz age) vond ik verwarrend. Het is een prachtig boek maar halverwege vroeg ik me af: ‘Wat lees ik nou eigenlijk?’ Dat geeft trouwens niet, als het maar mooi genoeg geschreven is en fijn leest, laat ik me wel meezuigen in het verhaal.”

Stel je mag drie boeken meenemen naar een onbewoond eiland, welke zouden dat zijn?

“The Great Gatsby (1925) kan je een paar keer lezen en On the Road (1957) kan je echt zes keer lezen voordat je het een beetje begrijpt. En een krachtige survival guide, over welke dieren je wel en niet kunt eten, is misschien wel handig.”

Welk boek is door dik en dun altijd een steun en toeverlaat geweest?

“The Secret Garden (1911) van Frances Hodgson Burnett is een heerlijk boek. Ik heb het een aantal maal gelezen. Het gaat over twee kinderen en het meisje neemt het jongentje mee de geheime tuin in van haar oom, een gedeelte wat hij heeft afgesloten sinds haar tante is overleden. De sfeer is heel liefdevol. Ik heb het op de middelbare school herlezen, juist omdat het een kinderboek is, toen herinnerde ik me weer; ik word zó gelukkig van dit boek.”

Zijn er boeken die je zo slecht vond dat je ze hebt weggebracht of er echt helemaal niets mee kon?

(Steffy denkt even na) “Niet echt. Ik selecteer best wel zorgvuldig. Ik kijk altijd wie het geschreven heeft. En de cover vind ik ook belangrijk want dat zegt iets over de sfeer. En het liefst lees ik boeken die mensen me hebben aangeraden, dus dan zit je wel veilig.”

Hoe zou je je eigen boekenverzameling omschrijven?

“Eclectisch. Ik heb echt van alles. En ik heb momenteel veel boeken die op mijn nachtkastje liggen nog niet gelezen, want die heb ik van de kringloop gered toen de Books&Bubbles moest sluiten. Ik houd niet vast aan één stijl, al lees ik wel veel boeken van Bret Easton Ellis and Jay McInerney Maar ik lees ook veel van de Lost Generation, de Beatniks en veel Nederlandse jonge schrijvers. Bij de Books&Bubbles gingen de klassiekers altijd snel, maar er kwamen ook veel mensen binnen met ‘ik zoek een cadeautje voor m’n oma’ of iets in die geest, en dan wees ik op debutanten, waar je enthousiast over bent, dat verkoop je ook wel redelijk.” 

Zijn je leeservaringen veranderd naarmate je ouder bent geworden en op wat voor manier?

“Als kind heb je alle tijd dus dan lees je gewoon alles. School was toch saai dus ik leende van alles van de bibliotheek om alsnog te kunnen reizen. Ik heb toen ik jonger was ook veel slechte boeken gelezen die ik dan alsnog las omdat er niets anders was. Nu heb ik minder tijd en doe ik er langer over, ik val ‘s avonds sneller in slaap, dus ik ben ook kritischer. Dat is enerzijds misschien wel goed want je leest minder onzin, maar aan de andere kant kom je op die manier ook minder snel dingen tegen die buiten je comfortzone liggen.”

Zijn er boeken die je meerdere keren hebt gelezen en wat viel je bij zo’n nieuwe lezing op?

“Ik lees niet zoveel boeken voor de tweede of derde keer, want ik heb altijd een stapel op m’n nachtkastje. Er zijn gewoon te veel mooie boeken, dat brengt keuzestress. Het leven is te kort en er zijn te veel boeken om te lezen.”

Klopt het dat literatuur vanuit jouw ervaring met een eigen boekwinkel een bedreigde diersoort aan het worden is, of is dat een drama van alle tijden?

“Volgens mij valt het wel mee, iedereen die ik ken leest, ook de niet-typische boeken-nerds. Ik denk alleen dat de aandacht sterk geconcentreerd is op een aantal bestsellers die iedereen leest. De boeken die er elk seizoen liggen zijn de boeken waar iedereen het over heeft. De was vroeger minder. Bij de grote boekwinkels is er minder diversiteit, maar dat maakt me niet uit, ik heb alsnog liever dat mensen bestsellers lezen dan dat ze niet lezen. Maar misschien is dat ook wel van alle tijden. Het draait niet alleen maar om Fifty Shades of Grey (2011), er zijn ook coole boeken waarvan uitgevers weten dat die niet gaan verkopen en die alsnog worden uitgebracht.”

Een veelgehoord argument is dat we leven in een beeldcultuur. Denk je dat onze literatuurbeleving in de toekomst zal veranderen en op wat voor manier?

“Ik denk het wel. Ik vind een e-reader heel anders lezen dan een boek, ondanks dat het precies dezelfde letters zijn. Met een boek heb je altijd zand tussen de pagina’s of koffievlekken als je het weer openslaat, fysieke pinpoints die je terugbrengen naar de plaats waar je het hebt gelezen: in bad, tijdens die vakantie of op die kamer. Als je het boek oppakt komt dat allemaal terug en dat heb je niet met een e-reader. Met een e-reader heb je niet die herinnering, dus dat maakt boeken lezen anders. Als e-reading echt populair zou worden dan zouden mensen geen boekenkasten meer hebben (krijgt zorgelijke frons in haar voorhoofd), en ik vind niets leuker dan bij een persoon thuis eerst te kijken naar de boekenkast. Als je de boekenkast niet meer kunt zien (krijgt nog diepere frons), dan weet je niet meer met wat voor persoon je te maken hebt. Ik vind het heel fijn (Steffy’s glimlach keert terug) om voor mijn boekkast te gaan staan en te bedenken wat ik ga lezen, dan heb ik echt een geluksmomentje.”

Zijn er bepaalde taboes in de literatuur of onderwerpen waar van jou meer over geschreven zou mogen worden, heb je het idee dat er onderwerpen zijn die schrijvers onbewust nog steeds schuwen?

“Volgens mij wordt echt overal over geschreven, soms over dingen waarvan ik denk ‘nou dat had niet gehoeven’, vooral in de Nederlandse literatuur gaat het vaak over seks. Ik weet niet of er echt taboes zijn. Als je Lolita leest dan snap je wel waarom mensen dat toen niet echt trokken, het is zelfs nu nog redelijk taboedoorbrekend, als je het leest denk je: ‘Wow, het is echt mooi en sensueel, maar oh mijn god het is een jong meisje!’ Ik vind dat heel knap, erg goed kunnen schrijven en een goed verhaal in je hoofd hebben, dat gebeurt eigenlijk niet zo vaak.”

Wat ontbreekt er volgens jou in het huidige literaire landschap?

“Het landschap is al best wel divers. Ik denk dat alles er wel is maar dat je er zelf naar opzoek moet gaan en niet afhankelijk van grote boekenketens moet blijven. Het ligt aan de mensen zelf, als je geen moeite doet blijf je in een klein cirkeltje. Al ken ik hier verder geen boekwinkels die echt gezellig zijn, dat is best zonde eigenlijk. Boekwinkels bezoeken is voor mij een vakantieding, dan spendeer ik er uren. In Parijs kreeg ik bij de Shakespeare&Company op een volgestampt zolderkamertje een lezing over Simone de Beauvoir. Toen dacht ik: ‘Dat zou in Nederland echt nooit kunnen want het is niet brandweerproof en bladiebla’. Je hebt daar ook Tumbleweeds, als je schrijft en reist dan mag je een tijdje boven de boekwinkel wonen als je in de winkel helpt. Ze slapen met ontzettend veel mensen op twee kamertjes, dat zou hier nevernooit mogen. Er kan hier wat dat betreft gewoon echt niets.”

Ik pauzeer het interview om Steffy te vragen naar de Books&Bubbles. De zachtheid in haar gelaat verdwijnt en de verweerde trekken die het gevecht tegen de bureaucratie kan achterlaten, verschijnen op haar gezicht. Ze vertelt dat ze dit jaar een brief naar de Gemeente van Amsterdam over haar boekwinkel heeft geschreven, maar lange tijd niets van ze hoorde. Bij navraag op Twitter zijn ze de brief maar eens gaan zoeken. Tot zoverre de Gemeente van Amsterdam, trek zelf je conclusies (ik koester persoonlijk het duistere vermoeden dat schrijvers en drank voor ambtenaren gewoon een bedreigende combinatie vormden, je zou toch maar eens per ongeluk in een bedwelmde staat  over het dispositief gaan nadenken en er vraagtekens bij zetten, dat kunnen ze natuurlijk niet hebben).

 

1450208_578190042236097_1455225536_nIk denk dat literatuur voor veel mensen belangrijk is omdat je naar een andere wereld af kunt reizen zonder je huis uit te gaan, omdat je veel nieuwe ideeën, perspectieven en mensen leert kennen vanuit je eigen bed.

Ik mis de Books&Bubbles. Je kreeg er de indruk dat literatuur niet behoorde te verstoffen op de planken, maar juist een bezield, bruisend en levend wezen was om mee te dansen. Gezien het feit dat Steffy de boekenwinkel eigenhandig heeft opgebouwd en na een korte tijd zelf weer af moest breken, boezemt de manier waarop ze rustig bij de feiten blijft een soort respect bij me in. Terwijl we het bespreken voel ik een oude woede opborrelen, maar ik weet dat Steffy niets meer heeft aan het Crimson Curse-achtige gedeelte van mijn persoonlijkheid. Daarom slik ik m’n: We will answer injustice with justice in en probeer het nonchalant te houden; “We gaan hergroeperen.” Steffy heeft daar wel oren naar (en nu hoop ik vurig dat ik in de IJ-hallen nog eens een keer drie versteende drakeneieren op de kop weet te tikken om ons proces naar een nieuwe literaire wereldorde te versnellen).

Kun je beschrijven waarom literatuur zo belangrijk is?

“Ik denk dat het voor veel mensen belangrijk is omdat je naar een andere wereld af kunt reizen zonder je huis uit te gaan, omdat je veel nieuwe ideeën, perspectieven en mensen leert kennen vanuit je eigen bed. Dat is als kind al heel belangrijk. Ik groeide op in Assen, in een klein dorp met hetzelfde soort mensen, maar omdat je leest leer je zoveel meer dan alleen dat kennen, dat er nog meer is. Ik denk dat je door literatuur gevormd wordt. Boeken lezen doe je daarnaast voor jezelf en alleen, en niet specifiek voor de buitenwereld. Je leert jezelf beter kennen want je ontwikkelt je eigen smaak, je kunt er altijd in blijven groeien.”

Wat is de belangrijkste les die je ooit uit een boek hebt getrokken?

(Krijgt een ondeugende blik) “Ik weet überhaupt niet of ik lessen heb getrokken in mijn leven. Dankzij Richard Branson’s Screw It, Let’s Do It (2006) realiseerde ik me dat ik eigenlijk wel een ondernemer ben. Hij was heel erg gedurfd en gaf me goede inzichten, dus dat denk ik? (Steffy veert plotseling op): Alle mensen zijn sterfelijk (1993) van Simone de Beauvoir. Zij omschrijft erg goed een gevoel wat ik altijd had maar nooit thuis kon brengen. Toen ik aan mijn studie Internationale Betrekkingen begon was ik echt een wereldverbeteraar, maar na verloop van tijd kom je erachter dat alles wat je bedenkt al is geprobeerd, alles wat iedereen doet is al een keer gedaan. Het verhaal gaat over een man die niet dood kan gaan, alles wat hij onderneemt is vergankelijk en mislukt uiteindelijk weer, en hoe langer hij leeft des te trivialer hij wordt. Hij is uiteindelijk alleen nog maar een beetje aan het gokken, want hij heeft het het allemaal al honderd keer gezien en het verandert niet. Het is geen vlot leesboek, maar je snapt hem wel. Het is filosofisch maar wel op een begrijpelijke manier. Dat gevoel dat je heel veel dingen doet en alles zich herhaalt maar dat het geen zin heeft omdat het niet beter wordt, dat herkende ik. Het was een onbestemd gevoel wat ik niet kon plaatsen en toen ik het las dacht ik: ja precies dat, toen kon ik het thuisbrengen.”

Stel je mag terug in de tijd en met één grote schrijver een avondje stappen, wie zou het zijn en wat gaan jullie doen?

“Simone de Beauvoir, volgens mij is zij echt heel cool. En een goede mentor. We zouden naar Parijs gaan, goede franse wijn drinken en een beetje filosoferen.”

 

De foto van Steffy is gemaakt door Thomas Smolders.