Goed gesprek met Daan Heerma van Voss over ‘Noem het liefde’

Gesprek met Daan Heerma van Voss over  opgroeien in tijden van Instagram, straattaal en samen wijzer worden in de liefde.

Geloof ik nog in de liefde? Die vraag heeft de vierendertig-jarige Tomas Wolf zich lang niet durven stellen. Maar nu zijn grootmoeder erover denkt haar leven te beëindigen en zijn beste vriend ernstig ziek is, besluit hij te geloven. Hij stelt zich weer open voor de liefde. En hoe. Hij valt voor het jongere meisje A., dat, beïnvloed door de volgens Tomas narcistische tijdgeest, een totaal andere kijk op liefde heeft. Noem het liefde is een even betoverende als genadeloze schets van deze tijd. Spiegel en hamer inéén.

Wat bracht je op het idee om een hedendaagse liefdesroman te schrijven?

Daan: ‘Het begon met een persoonlijke liefdesgeschiedenis. Ik maakte losse notities over een relatie die was stukgelopen in 2012. Die notities had ik nodig om de relatie te verwerken en te zien waar het was misgegaan. Ik dacht toen: ‘Hier heeft niemand wat aan’ en heb het twee jaar ergens in een la laten liggen. Later vond ik het terug en zag allemaal liefdesverhalen uit mijn omgeving oplichten, en ontdekte dat er   een mooi liefdesverhaal in al die ellende verscholen zat. Daar kwam bij dat ik hetzelfde patroon zag terugkomen in de problemen die ik en veel vrouwen hadden gehad. Toen ben ik ermee aan de slag gegaan. Ik heb het vaak herlezen; delen erbij geschreven, dingen geschrapt en weggegooid, en dat proces een halfjaar later weer herhaald. Ik heb het verhaal omgewerkt tot het niets meer met mij of haar te maken had maar iets universeels kreeg. Waarom ik dat wilde? Omdat ik denk dat er iets aan de hand is met de liefde en de manier waarop we de liefde beleven. Hoe jonge mensen de liefde tegenwoordig ervaren verschilt fundamenteel van mensen boven de vijfendertig of dergelijke. Ze koesteren hele andere verwachtingen. En het leek me zowel belangrijk als spannend om een roman te schrijven over de manier waarop al die ideeën over de liefde botsen.’

Ik vond het best knap dat je in het boek nergens vervalt in sentimentaliteit of melodrama. De liefde is natuurlijk één van de meest besproken thema’s. Hoe heb je al die clichés vermeden?

Daan: ‘Ja, dat was inderdaad het moeilijkste, want je moet wel het verliefde gevoel opwekken. Het duurde lang voordat ik voor mezelf begreep wat sentiment eigenlijk is, wat een cliché is. Deels zijn clichés ook een onlosmakelijk onderdeel van het liefdesverhaal. Er zijn vaak dingen waar je niet omheen kan: boy meets girl, het besef dat je van de ander houdt, de eerste kwetsuur. Dat zijn tropen die in een klassiek liefdesverhaal horen en je kunt eigenlijk niet zonder, maar het cliché is iets anders; het cliché ontstaat door de vorm je eraan geeft. En zit hem eigenlijk altijd in de taal. Dus je moet zorgen dat je – ja, hoe doe je dat eigenlijk? (Werpt verwonderde blik uit het raam) Ik ben zo allergisch voor clichés… In ieder geval ontwijk je ze door het heel persoonlijk te houden. Een cliché werkt niet omdat het onpersoonlijk voelt. Je hebt iets zo vaak gehoord en gezien dat het niet meer als van jou voelt. Plotseling bestaat er een afstand tussen jou en de tekst, die afstand was mijn clichémeter. Of ik die afstand voelde als lezer. Uiteindelijk heb ik de hele tekst doorgeploegd en alles waarvan ik dacht: ‘Dit neigt een beetje naar effectbejag of is niet helemaal oprecht’ heb ik eruit gehaald. Zodat ik uiteindelijk een kale versie overhield, maar wel zeker wist dat elk emotie die erin werd opgeroepen zuiver was. Zo heb ik dat gedaan. En dat kostte veel tijd want het duurt een poosje voordat je je eigen tekst als lezer kunt lezen. Die verdomde clichés ook.’

Tomas reflecteert op de liefde van zijn ouders: ‘Hun liefde was zelfvoorzienend geweest, immuun voor invloeden van buiten, een in zichzelf in stand houdende energiebron. Het meisje A. en ik daarentegen, wij hadden voortdurend externe prikkels nodig, en voorbeelden om naar te leven. Hun ideaal was een creatie, ons ideaal was een kopie.’ (blz. 239). Je gaf in De Taalstaat  aan dat de liefde voor iedere generatie iets anders betekent. Voor de personages in het boek ook; grootmoeder, Tomas, zijn ouders, het meisje A., ze verstaan allemaal iets anders onder hetzelfde allesomvattende woord. In welke opzichten denk je dat verschillende generaties de liefde anders beleven?

Daan: ‘Ik denk dat vroege dertigers en twintigers door visuele en sociale media veel meer perfecte voorbeelden van liefdesverhalen hebben om zichzelf aan te spiegelen en te controleren of hun liefde wel goed genoeg is. Een perfecte liefde wordt zo een doel op zich, iets om na te streven. Mijn ouders hadden die voorbeelden helemaal niet. Het was duidelijker: een relatie werkte of het werkte niet. Je had geen permanente verbinding met miljoenen anderen van wie je alleen de beste en meest indrukwekkende beelden te zien kreeg. Dus ik denk dat jezelf tot al die liefdespropaganda verhouden wel problematisch is, zeker als er zo’n gepolijst beeld ontstaat van hoe de liefde er precies uit hoort te zien. Tomas reflecteert hier trouwens wel harder op zichzelf en op hun liefde dan twintig pagina’s eerder, maar er zit een kern van waarheid in, in de zin dat veel jonge mensen liefde tegenwoordig zien als iets waar ze recht op hebben en waar ze anderen jaloers op willen laten zijn. En dat is relatief nieuw.’

‘Dagelijks bekijkt ze video’s van popsterren, vloggers, modellen en filmiconen, levende voorbeelden van perfectie, succes en rijkdom. Maar de andere kant van het succes, de opoffering, het harde werken, ziet ze niet. Het leven is onverschillig, hard, er zullen obstakels zijn, mislukkingen. Iets soortgelijks geldt voor de liefde. Liefde is meer dan een opéénvolging van grote gevoelens en liefkozingen, meer dan videoclip momenten, meer dan een feelgoodmovie’ (blz. 148). Je gaf in een interview aan dat onze ervaringen ondergeschikt worden gemaakt aan de beeldcultuur. Houd je de social media daarvoor verantwoordelijk?

‘Daan: Ik denk dat de social media daar inderdaad een grote rol inspelen. Maar ik ben geen moralist die zegt: ‘Dat is diens schuld! Dat is dom van ons!’ en al dat soort dingen. Het is gewoon een grote verandering die ook de liefde heeft veranderd, daar geef ik verder geen oordeel aan.’ (Laconieke blik verandert in wijze vossenblik): ‘Behalve dat het soms tragisch is. Vooral voor de generatie die echt met de social media is opgegroeid. Ik nam Facebook pas toen ik tweeëntwintig was of zo, dan ben je grotendeels volwassen. Maar als je twaalf of dertien bent en op Instagram, Snapchat en Facebook zit (J: ‘veel maar mooie, succesvolle mensen met lipfillers’), dan vormt het je blik op de wereld. Ik denk dat die generatie moeite heeft met het formuleren van zijn eigen ideeën. Ze leven in een gepolijste werkelijkheid waarin hen een maatstaf van perfectie wordt getoond die ze voortdurend proberen na te streven. Maar wat ze nou zelf verwachten van de liefde? Ik denk dat jonge mensen dat helemaal niet weten. Daarom is er veel krampachtigheid. Mensen die naar liefde verlangen maar niets goed genoeg vinden. Zonder precies te weten waarom.’

‘Omdat haar rudimentaire betoog niet voorzag in een verdere onderbouwing begon ik die zelf maar te bedenken. Gelijkmatigheid was de vijand. Constant geluk was geen geluk, maar een vorm van marteling. Er was slechts één juiste manier van liefhebben, en dat was de onze. Voor ik doordraafde, vroeg ik haar naar de praktische invulling van de ideale vorm van liefde. Ze wist zich geen raad met de vraag. ‘Vreemdgaan is bullshit’ zei ze, ‘maar trouwen natuurlijk ook. Het is zo moeilijk.’ Ik vroeg hoe ze tegenover polyamorie stond. ‘Wat is dat? Worden daar geen buizen van gemaakt? Nee nee, ik denk dat ik het liefst zou willen leven als in een film.’ (blz. 60). Dit vond ik een mooi gesprek tussen Tomas en het meisje A. omdat het suggereert dat ze zelf ook niet precies weten hoe ze hun liefde moeten invullen.

Daan: ‘Nee, dat weten ze niet. Tegelijkertijd is haar oplossing om hun liefde dan maar te beschouwen als een film, wat per definitie onmogelijk is en alleen maar zorgt voor meer spanning. Het draait in de liefde natuurlijk ook veel om verwachtingen. Het zijn twee mensen die steeds aan elkaars verwachtingen willen voldoen zonder dat ze weten wat hun eigen verwachtingen nou precies zijn. Daardoor krijgen ze het veel moeilijker dan nodig zou zijn, want ze houden wel van elkaar. En ik ga niet verklappen of het hen wel of niet lukt, maar het had makkelijker kunnen zijn.’

Motivational quote en slagzin van het meisje A: ‘Liever elitair dan pomme de terre’ – Tomas merkt op: ‘Ik weet ook niet of ze nou diepzinnig is of gewoon raar’ (blz. 19). Het meisje A. heeft veel bravoure, gebruikt het typische idiolect van millennials en praat als een rapper, maar dat keiharde taalgebruik staat haaks op het feit dat ze eigenlijk nog niks heeft meegemaakt. Ze heeft een grote mond en een klein hartje. En dat maakt haar erg aandoenlijk.

Daan: ‘Ik vind haar ook een heel fijn personage. Hoe ongemakkelijker ze zich voelt, des te harder ze wordt. Ze is deels weerloos en deels vol opschepperij, ik vind dat een onweerstaanbare combinatie in mensen. En die straattaal is sowieso een grappig fenomeen. Als er een nieuw woord ontstaat, komt dat tegenwoordig binnen een week op de gymnasia en de duurste scholen van het land terecht. Je hebt veel meisjes en jongens als zij die zich bedienen van een taal die die snel, grappig en speels is, maar die ze eigenlijk niet goed begrijpen. Dat vond ik zelf ook één van de leukste aspecten tijdens het schrijven, sowieso meisje A. als personage. Ze is heel sterk maar ook kwetsbaar, grof maar ook teder. Het enige waar ik bij haar wel op wilde letten is dat ze sterker wordt. Bij liefdesverhalen zie je vaak dat de vrouw een soort projectiescherm is en nergens helemaal tot leven komt. Zij komt steeds meer uit de verf en uiteindelijk, ondanks dat ze een stuk jonger is dan hij, is zij wel de krachtigste van de twee. Dat vond ik belangrijk, dat het niet fetisjistisch zou zijn. Ze is niet alleen maar een gek jong meisje, ze verandert echt.’

‘Ze leunde naar me toe. ‘Zie je die chick bij de bar, met die knot? Zij heeft mijn vriendje afgepakt in groep acht. Pip. Alleen maar omdat zij er volgens Pip “meer uitzag als een meisje”. Ze is mijn aartsvijand. Iedereen is het erover eens dat ze geen ziel heeft. En nu werkt ze hier en moet ze mij bedienen, terwijl ik hier zit met een echte, volwassen man. Met haar Youtube tutorial wenkbrauwen.’ (blz. 93). Dit was een passage waarin ik erg om het meisje A. moest lachen omdat ze tijdens een film- en televisie evenement waar Tomas voor is uitgenodigd een Kayne-achtige tirade houdt waarin ze duidelijk druk in competitie met de buitenwereld is. Denk je dat dit symptomatisch is voor deze tijd? 

Daan: ‘Ja ik denk het wel, maar dat zeg ik opnieuw zonder waardeoordeel. Naar aanleiding van dit boek schreef De Morgen dat ik de woordvoerder van de Instagram generatie ben geworden. Ik had nooit eerder een Instagram-account maar toen dacht ik: ‘Nu ik woordvoerder ben, ben ik wel benieuwd!’ En elke keer dat je er iets opzet en een like krijgt, krijg je een shot dopamine (J: ‘I’m so loved!’) (D: ‘Ja, even denk je: ‘I rule!’) – en dat 100x keer op een dag, dat gevoel is zó verslavend. Het hoort eigenlijk heel zeldzaam te zijn. Je hoort dat gevoel te krijgen als je goed gesport hebt, iets voor elkaar heb gekregen op je werk, je bachelor hebt gehaald, kortom; als je iets wezenlijks hebt gedaan. Dan moet je die voldoening en beloning ervaren. En nu voelt iedereen het steeds een fractie van een seconde waardoor het verslavend is. Ik snap het heel goed. Ik moet ook mijn best doen om niet elke vijf minuten even te kijken. Gewoon omdat je even nergens aan hoeft te denken. Dat is heel aantrekkelijk, maar ook problematisch want het is zo leeg als wat.’

‘Het meisje A. op de tweede rij gezeten, nam condoleances in ontvangst als een maffiosa van het hoogste kaliber, vanachter een modieuze, dure zonnebril die ze vast morgen zou terugbrengen naar de Bijenkorf’ (blz. 288). Wat ik interessant vond aan de vriendinnen groep van meisje A. is dat ze het erover eens zijn dat ze niet echt contact hebben in hun groep. Er is overéénstemming dat alles voor de show is: ‘UZNUHH is een way of life’ (blz. 31). Wanneer de blondine in een neerwaartse spiraal terecht komt en een eetstoornis ontwikkelt, duiken ‘De Bitches’ op haar kleding. De vergelijking van het meisje A. met een maffiosa was in die zin wel raak…

Daan: ‘Het is hun manier om veiligheid te bewerkstelligen. Het is een groepje dat elkaar voortdurend bevestigt als cool of iets in die geest. Dus inderdaad voortdurend een rol spelen, ook voor je vriendinnen, en het ook min of meer aan elkaar toegeven. En toch, zolang het werkt, heb je aanzien binnen die groep. Dat is inderdaad heftig en als de blondine neerstort, dan merk je dat een paar idealen binnen die groep botsen. Want ze willen medelijden en empathie tonen maar ze willen ook graag haar kleding hebben. Ze willen alles tegelijk en jutten elkaar zo op dat uiteindelijk niemand meer rustig kijkt naar wat er met de blondine aan de hand is. En niemand een vinger naar haar uitsteekt. Dat vond ik wel belangrijk om te laten zien. Als je niet oppast steken mensen straks echt geen vinger meer naar elkaar uit, dat gaat zo geleidelijk.’

Het meisje A. wordt geplaagd door verveling en verwendheid, zo steekt ze geld in de fik omdat het naar eigen zeggen ‘hard is’. Ze geeft ook meerdere malen aan dat ze nog jong is (en het ook allemaal niet weet). Op een gegeven maakt ze grote plannen om een fietstocht te maken, maar al snel  blijkt dat ze achter de schermen is gestrand. Wat me opviel was dat Tomas haar nooit met haarzelf confronteert. Hij grijpt nergens in.

Daan: ‘Nee want hij denkt op het moment dat ik dat doe is het einde in zicht, dan ben ik haar vader en een oude zak. Hij is zo bang om die paternalistische rol op zich te nemen dat hij haar nooit corrigeert en dus zijn verantwoordelijkheid niet neemt. Terwijl het ook wel bij een relatie hoort dat je elkaar even bij de lurven grijpt als het niet goed gaat. Maar hij is zo bang dat zij hem dan oud vindt dat hij dat niet durft. Dat klopt. Het zou beter zijn geweest als hij minder bang was om voor oude lul te worden versleten.’

‘Soms doe ik lief tegen hem, maar dat lijkt hij niet op te merken. Hij is pas in me geïnteresseerd als ik grof en gemeen ben. Ik wil hem niet teleurstellen, ik wil niet dat hij zich genaaid voelt, maar soms is het net alsof ik mezelf speel, en nog slecht ook.’ (blz. 134). Het moment dat Tomas stiekem foto’s maakt van haar dagboek lijkt het alsof meisje A. voor het eerst verandert van een onderzoeksobject in een individu. Hij lijkt oprecht te schrikken dat zijn geboefte eigenlijk een reflectieve en redelijk eloquente innerlijke stem heeft.

Daan: ‘Dat is een belangrijk moment omdat je haar dan voor het eerst hoort in plaats van haar door zijn ogen ziet, want hij maakt natuurlijk ook voortdurend iets van haar. Op dat moment leer je dat zij een rol speelt en aanvoelt die rol niet voor altijd kan duren.’

In de sixties en de seventies was het bevrijdend over seks te schrijven maar jij gaf in een interview aan dat de betekenis van seks inmiddels is veranderd. In het boek beschrijf je ook dat seks ook een performance is geworden. Zoals duidelijk wordt tijdens de scéne waarin het Meisje A. spontaan voorstelt om Tomas te deep-throaten zonder te beseffen wat het inhoudt: ‘Ze duwde me zo diep mogelijk in haar keel, met kokhalsgeluiden tot gevolg, haar slapen werden rood, ze kreeg tranen in haar ogen. Geschrokken, iewat verslapt, vroeg ik of ze het anders weer op de normale manier wilde doen. Dat was voor iedereen beter.’ (blz. 37).

Daan: ‘Ze doet alleen maar datgene waarvan ze denkt dat de ander het graag wil. Waardoor twee mensen voor een denkbeeldig publiek seks hebben. Niet voor elkaar maar ook niet voor zichzelf. Dat resulteert in een: ‘Stop maar, dit is niet gebeurd, laten we iets anders gaan doen!’ Het is een uitvergroting van wat je tegenwoordig veel ziet. Ik ben ervan overtuigd dat als reactie op de jaren zestig-zeventig en onder invloed van de digitale porno-explosie, seks is iets geworden waarin je aan de norm moet voldoen. Iets wat je goed moet kunnen, in plaats van iets wat je in principe leuk vindt en waar je niet heel technisch bedreven in hoeft te zijn, zolang jullie het allebei maar leuk hebben. (Barman luistert op de achtergrond nu ook geïnteresseerd mee). Ik ben wel blij dat je het grappig vond. Ik heb gehoord dat mensen het boek mooi en ontroerend vonden, maar volgens mij zag niet iedereen de humor ervan in. Misschien moet je iets jonger zijn om er een lachstuip van te krijgen. (Moppert) Er is zoveel ongemak en verkramping.’

‘Je werd tammer als je dagelijks naast de ander wakker werd, dat was waar ook, ineens herinnerde ik me deze gang van zaken van vroeger. Volgens haar moest ik gewoon even voor haar zorgen, zo moeilijk was ze niet. Ze had vroeger een Furby waar ze voor zorgde en dat ging meestal heel goed. Soms werd hij doodziek, maar daar kon zij ook niks aan doen’ (blz. 139). Het meisje A. vernoemt een Sims familie naar Tomas en haarzelf en bouwt een mooi leven voor hun digitale versies op tot het huis afbrandt. Ze vergelijkt haar gebruiksaanwijzing ook met die van een Furby. Heb je reacties op die herkenbare moderne elementen (Furbies, Sims, Influencers) gekregen?

Daan: ‘Nee, omdat de meeste lezers al wat ouder zijn denk ik. Die zijn eerder een beetje geschokt dat dit is hoe jonge mensen zich tegenwoordig gedragen. (Ontstelde uilenblik) Zo ontaard! Wat als mijn kinderen zo worden? Jongere lezers kunnen haar gedrag beter relativeren. ‘Volgens mij was het trouwens toen ik zes jaar geleden begon oorspronkelijk een Tamagotchi want die gingen dood, maar daar is zij nu te jong voor. En Furbies zijn er nog steeds. Het enige jammerlijke van de Furby was dat ik niet kon schrijven dat de Furby stierf, want ze gaan niet dood (J: ‘Ze kunnen zich wel vreselijk vervelen’). Ja, er was iets geniaals aan Furbies. Ik vond ook dat de moderne liefde in onze huidige cultuur nog niet echt een plek had gekregen in de Nederlandse literatuur – dat klinkt erg gewichtig, maar ik miste dat. In de Amerikaanse literatuur zijn ze wel bij de tijd.’

Misschien is dit mijn interpretatie, maar wat ik interessant vond aan hun liefde is dat ze in het boek niet echt naar elkaar toegroeien. Wel zichzelf maar ook te verschillend blijven. En ondanks dat ze hun best doen om hun liefde te redden, worden de grenzen nergens poreus. Het wordt nooit een echt samenzijn.

Daan: ‘Nee, ze spelen eigenlijk de rol waarvan ze denken dat de ander die graag wil zien. En pas aan het einde komen ze daar ronduit voor uit. Natuurlijk speel je als je verliefd wordt in zekere zin altijd een beetje een rol. Dat is niet erg, maar het is de bedoeling dat die act steeds minder wordt en je na verloop van tijd in het betreffende gezelschap min of meer jezelf kunt zijn. Elkaar helemaal kennen kan nooit, maar grotendeels ontspannen wel. Dat gebeurt bij hen nagenoeg niet. Je moet daarvoor ook een zekere opofferingsgezindheid hebben: de ander helemaal vertrouwen, jezelf kwetsbaar durven tonen, moeite doen voor de ander. En dat zijn allemaal dingen die ze lastig vinden omdat ze zo druk zijn met hoe hun liefde eruit moet zien. Ze hebben geen oog voor de ander.’

Je beschrijft een periode waarin Tomas en het meisje A. wanhopig proberen om hun relatie te redden maar hun liefde steeds leger wordt. En alles wat ze doen: voor een dag trouwen, excessief drinken, coke snuiven – maakt het steeds mistroostiger. Vond je het moeilijk om zo’n stervende liefde te beschrijven?

Daan: ‘Als je weet dat een relatie niet echt werkt ga je bewust of onbewust op zoek naar iets wat het voor jou definitief stukmaakt; ruzies schoppen die ontsporen, vreemgaan ect. Het is vrij zeldzaam dat mensen tegenover elkaar gaan zitten en zeggen: ‘Nou het loopt niet echt meer hè? Laten we er nu maar mee stoppen’. Wat ze eerder doen is zich vervelender gedragen in de hoop dat de ander het uitmaakt. De episode dat ze coke snuiven in die club is het moment dat ze hun ziel verliezen, dat vond ik wel lastig omdat die enorme leegte overslaat. Het moment dat jij beschrijft is hun rock bottom, wat ze hadden maken ze op dat moment doelbewust kapot. Het was wel belangrijk voor mij dat het boek niet als één bak ellende zou eindigen. Het gaat grotendeels over de vorm die je voor liefde vindt en uiteindelijk vinden ze allebei een hoopvolle vorm.’

In een recensie in Trouw stond de opmerking: ‘Ze flirten met de liefde, het leven, het echte, maar ze beginnen er niet aan.’ Een vriendin van het Meisje A. spreekt aan het einde ook van de dubbele term ‘Ballingschap’, die suggereert dat ze samen nooit het leven zijn aangegaan. Ben jij het daarmee eens? Want liefde is voor een praktisch gedeelte ook gewoon samen thuis zijn toch?’

Daan: ‘Ik was het daar ook niet zo mee eens. Ze beginnen er op tientallen verschillende manieren aan, ze weten alleen niet precies wat de juiste is en tasten dat af. (Krijgt verwonderde blik) Ik vroeg me ook steeds af: ‘Wat is nou het leven waar je aan moet beginnen? Wat ziet zij dan voor zich? Volvo kopen?’

‘Ik moet in alle ernst een intieme herinnering vertellen die ik nooit heb opgeschreven?’ Ze knikten gedrieën. Van het ene op het andere moment verging me alle zin om maar de beschaafdste aan tafel te zijn. Als zij me zo nodig wilden wegzetten als een ploert, zou ik de rol met verve spelen ook. ‘Ik heb er een,’ verzon ik. ‘Er was een meisje dat neuriede, terwijl ze me, ja, oraal bevredigde. Volgens mij deed ze het om zichzelf te kalmeren. Op een dag dacht ik: verrek, ze neuriet Wagner. Ze ontkende in alle toonaarden, maar mij wist ze niet te overtuigen. Het was Wagner. […] Helaas trof ik met mijn act ook het meisje A., dat diep zuchtte en wederom van tafel ging.’ (blz. 131). De ontmoeting met de ouders van het meisje A. escaleert tot epische proporties.

Daan: ‘Dat is mijn lievelingsscène! Het is het deel van het boek waarin ze als stel een weg proberen te vinden. Zij wil dat niet echt, hij kan dat niet omdat ze een wat vreemde familiegeschiedenis hebben. Het is weer een poging van hen om te doen wat er van hen wordt verlangd. Hij kan dat niet, nee. Zij laat hem dan ook een beetje in de steek. Hij klapt dicht en denkt op een gegeven moment: ‘Fuck jullie allemaal, dan speel ik deze rol ook met geheven middelvinger’ – omdat hij er moe van wordt dat hij zich steeds moet verantwoorden voor zijn liefde. Hij wordt daarbij op een lullige manier voor het blok gezet – maar dat escaleerde inderdaad snel, op een groteskere manier dan normaal. Etentjes met schoonouders die snel escaleren, die ken ik wel. Ik probeer eerlijk te zijn, maar dat ging met de moeder van mijn eerste vriendinnetje al mis, binnen een minuut stond ze te huilen in een theedoek. Toen dacht ik: ‘Vraag het dan ook niet aan mij!’ Sindsdien ben ik een gedresseerde hond, gewoon uit angst dat ik het verkeerde zeg. Je moet me een beetje kennen om te kunnen taxeren dat wanneer ik eerlijk ben, het niet zo hard is bedoeld.’

‘De filosoof Andriaan zet Tomas op het spoor zijn liefde te documenteren om hem zo weer als scenarist aan de slag te krijgen, maar als meisje A. de map ontdekt, doet dit voor haar een enorme afbreuk aan hun liefde. Hoe oprecht is de liefde nog als je er een case-study van maakt? Sluit de één het ander uit?’

Daan: ‘Goede vraag! Dat is een vraag die overblijft naar het lezen van het boek en antwoord van mij zou daar afbreuk aan doen. Enerzijds vind ik het mooi als mensen de liefde onderzoeken en proberen te doorgronden waarom ze van elkaar houden. Anderzijds moet je er ook mee oppassen, want voor je het weet wordt het een soort cases en zijn jullie een NS2 groep in plaats van twee subjecten. Dat is een lastige balans. Ik denk altijd veel na over de liefde en relaties. Voor mij is dat dan een intieme bezigheid, want ik probeer te vatten wat wij hebben. Mijn vriendin ziet vooral een fronsende filosoof aan tafel zitten.’

‘Misschien hoor het bij verliefdheid dat je een eye to the telescope hebt en daardoor de kluts kwijt raakt? Als ik verliefd ben snap ik een persoon  totaal niet meer en bestaat iemand uit allemaal losse stukjes waarmee ik eindeloos kan puzzelen, pas als ik niet meer verliefd ben valt iemand’s persoonlijkheid weer in elkaar.’

Daan: ‘Liefde schopt al je gevoel voor afstand en ruimte in de war. Je wilt alles begrijpen’ (doet een verliefde-vrouw imitatie): “Toen plaatste die dit? Naar die film keek ie op een gekke manier? Wat betekent zus, waarom keek ie toen zo?” Wanneer je afstand hebt, dan kijk je gewoon naar die persoon en denk je meteen: “Ja, tuurlijk werkte dat niet!” En wat Tomas probeert; er enerzijds inzitten en het anderzijds van een afstand beschouwen – dat kan natuurlijk niet. Dan lukt één van de twee niet. Dan is je loyaliteit verschoven en ligt die niet meer bij hem of haar of bij jullie liefde, maar bij jezelf en de verhalen die je wilt maken.’

‘Wat een prachtgesprekken voerden we toch. Ik vermoedde altijd dat hij meer vrienden had dan ik, wat me in theorie zou kunnen deprimeren, aangezien ik dan minder populair zou zijn dan een doodzieke filosoof, waar ik vooraf niet voor zou hebben getekend, maar wat me nu toch vooral tevreden stemde. Ik had het aangedurfd de kwetsbare van de twee te zijn’ (blz. 276). Met goede vriend en filosoof Adriaan komt het uiteindelijk goed en dat vond ik een opluchting, zijn gesprekken hebben een positieve invloed op Tomas.

Daan: ‘Hij is heel losjes gebaseerd op filosoof des Vaderlands René Gude met wie ik goede gesprekken voerde. Hij overleed in 2015. Ik denk dat het een onbewuste herschrijving is…’

Ik vond het fijn en geruststellend om me tijdens het lezen van ‘Noem het liefde’ te herinneren dat het soms juist de kleine, dagelijkse dingen zijn die relaties zo mooi maken.

Daan: ‘Zij zijn als koppel alleen maar bezig met de grote momenten die ze niet willen missen, maar uiteindelijk zijn het de kleine momenten en de tussenfasen die altijd overblijven. Het zijn willekeurige beelden die terugkomen, nooit de grote gebeurtenissen of de Instagram-momenten. En het zijn ook nooit de beelden waarvan je denkt dat ze zullen overblijven. Ja, daar gaat de liefde voor mij ook meer om.’

‘Ik hield van haar en zij van mij. Ik was niet langer nieuwsgierig naar mijn emoties, ik maakte ze bewust mee, liet me er zelfs door meeslepen. Ik ervoer’ (blz. 109). Aan het einde van de relatie heeft Tomas veel emotionele stadia en groeipijnen doorstaan: hij is in staat om terug te keren naar de filmacademie, naar het vakantiehuis van zijn ouders en hij ziet het einde van zijn scenario voor zich. Het meisje A. heeft hem weer uit zijn lethargie getrokken. Zou je kunnen concluderen dat het beste wat je van liefde kunt hopen is dat je elkaar in beweging brengt?

Daan: ‘Niet in beweging zoals halverwege het boek en de hele tijd maar wanhopih iets doen om in beweging te blijven, maar wel dat je verder komt dan je alleen zou zijn gekomen. Diezelfde Trouw recensie had als titel boy saves girl. Daar heb ik lang over nagedacht want voor mij is andersom: girl saves boy, ze redden elkaar door elkaar. Zij is een stuk verder, het ideaalbeeld van perfectie waar ze naar verlangde is kapot. De volgende relatie die ze zal hebben, zal vermoedelijk veel gelukkiger zijn. En dat geldt voor hem eigenlijk ook. Hij is door veel problemen heen en kan verder. Ze hebben elkaar klaargestoomd voor de liefde.’

 

Noem het liefde is mei 2018 verschenen bij De Bezige Bij. 

Photo credit voor de foto van Daan: Gautier Houba.