Literair vragenvuur met Marijn Baar

Marijn bij The Hoxton in Amsterdam

Marijn Baar (Groningen, 3 januari 1987) begon een bachelor Duitse Taal en Cultuur aan de Rijksuniversiteit van Groningen, maar koos uiteindelijk voor Media, Informatie en Communicatie in Amsterdam. Ze studeerde af bij LINDA. en werkte als online redacteur bij o.a. Happinez, Vice en Wayne Parker Kent. Sinds oktober 2019 is ze content manager bij JAN Magazine. Marijn is gek op sprookjes, heeft een neus voor bijzondere verhalen en maakt in haar vrije tijd graag sprankelende danspasjes door Amsterdam.

Wat ben je op dit moment aan het lezen?

The War of Art: Break Through The Blocks and Win Your Inner Creative Battles (2002) van Steven Pressfield. Het zijn korte hoofdstukjes over de innerlijke weerstand die je soms voelt opkomen als je iets creatiefs wilt doen, en die je ervan weerhoudt om iets te maken. Dat kan van alles zijn; van schrijven, sporten, dansen en gezond eten tot vrijwilligerswerk – alles dat meer weerstand oproept dan Netflix kijken op de bank. Voor mij is dat innerlijke conflict erg herkenbaar. Wanneer ik iets voor mezelf wil schrijven merk ik dat ik het best lastig vind om er echt goed voor te gaan zitten. Voor mijn gevoel moet ik er eerst goed over nadenken en minstens het geraamte van een boek hebben verzonnen, eer ik wil kunnen beginnen, maar eigenlijk is dat natuurlijk onzin. Als ik mijn creatieve schrijfproces vergelijk met hoe ik schrijf op mijn werk is dat zo anders; daar ga ik gewoon iedere dag om negen uur op kantoor zitten en moet ik er gewoon binnen 20 minuten een stukje uit rammen want ik heb een deadline. Het moet af, ongeacht of ik alles nu wel of niet heb uitgedacht. Als ik geen strenge deadlines voor mezelf stel ga ik nadenken over alles wat ik eerst nog moet doen; het huis schoonmaken, de boodschappen, mijn tante terugbellen – you name it – er zijn honderdduizenddingen die eerst moeten gebeuren waardoor het creatieve proces niet opschiet.’ 

Wat zegt Pressfield over dit innerlijke conflict?

‘Hij zegt er veel over! Zoals dat het te maken heeft met angst en dat die angst niet minder wordt naarmate je ouder wordt. Hij neemt juist toe. En dat iemand die nog geen professional maar een amateur is zich vaak teveel vereenzelvigt met de liefde voor de kunst die hij uitoefent. Maar dat je ook een beetje humor moet hebben en om jezelf moet kunnen lachen, omdat elke kunstvorm uiteindelijk ook gewoon arbeid is. Het is iets wat je in de vingers krijgt door uren te maken. Pressfield benadrukt vooral dat je het niet zo belangrijk of groot moet maken in je hoofd. Die neiging heb ik soms wel, dan denk ik: ‘Dit moet gewoon het allerbeste zijn wat ik ooit heb geschreven!’ en dan komt er niks meer uit natuurlijk. Ik moet het niet zo caleidoscopisch maken in mijn hoofd. En Pressfield benadrukt dat die angst heel normaal is; ook voor gevestigde schrijvers, dansers en muzikanten. Het is een angst die er iedere dag opnieuw is – een spanningsveld waar je altijd mee blijft worstelen. Dat die angst er altijd op de achtergrond is, is ook niet zo verwonderlijk. Want schrijven is heel intiem en persoonlijk. Stukken voor tijdschriften gaan bijvoorbeeld vaak over dingen die je zelf hebt meegemaakt of zich in je eigen beleving afspelen. Soms vind ik dat lastig omdat het voelt alsof je met je eigen leven en emoties te koop loopt. Aan de andere kant denk ik: het is ook eng om daarover te schrijven. Jezelf zo bloot te geven. Maar Pressfield onderstreept dat de wezenlijke en persoonlijke thema’s juist goed zijn om over te schrijven, omdat daarin ook mogelijkheid tot de verbinding ligt en je zo contact maakt met anderen. Daar heb je wel moed voor nodig.’

Noem drie lievelingsboeken.

‘Oh my god – oké: vorig jaar heb ik De uitvinder van de natuur: het avontuurlijke leven van Alexander Von Humboldt (2015) van Andrea Wulf gelezen.  Het is non-fictie over het leven van Alexander von Humboldt – ik had nog nooit van de beste man gehoord – maar hij bleek één van de meest belangrijke uitvinders allertijden. Ik was echt blij verrast door dat boek. Hij was goed bevriend met Goethe en is zelfs de reden geweest dat Darwin op zijn Beagle reis is gegaan en On The Origin of Species (1859) heeft geschreven. Ik vond het een heel interessant boek omdat ik me helemaal verloor in von Humboldts wereld; de enorme liefde voor zijn werk, de Bildung-filosofie en zijn enthousiasme voor de natuur.

Het tweede zijn de Verzamelde gedichten (2011)  van M. Vasalis. Vasalis is één van mijn lievelingsdichter. Altijd als ik haar gedichten lees ontdek ik weer iets nieuws. Ik vind haar poëzie simpel maar tegelijkertijd heel diep en dat vind ik een knappe combinatie, dat je iets op het eersteoog zo makkelijk en helder op kan schrijven maar er toch een mazige structuur inzit die je pas doorkrijgt als je het herleest. Ik heb mijn vriend via een datingapp leren kennen en hij had bij zijn foto een gedichtje van Vasalis. Dat moment herinner ik me nog heel goed: dat ik er zo door geëmotioneerd werd. Haar gedichten zijn ontzettend ontroerend en raken me heel erg. En ik vind haar als vrouw ook wonderlijk. Haar leven was heel boeiend. Ze is psychiater geweest en heeft altijd een eigen praktijk gehad, ze is altijd druk geweest met de menselijke geest. Zo heeft ze ook erg mooi geschreven over haar zoontje en haar rouwperiode na zijn overlijden.


Haar gedichten gaan intens over het leven, over de dood, over wat er hier belangrijk is, en allemaal in het Nederlands, dat vind ik nog steeds erg mooi en inspirerend.

Rituelen van Cees Nooteboom (1980) vind ik ook nog steeds heel mooi. Dat boek vind ik wonderschoon omdat het een combinatie is van proza en gedichten. Hij heeft een enorm dichterlijke manier van schrijven. De hoofdpersoon komt bijvoorbeeld drie duiven tegen en vertelt het verhaal van die drie verschillende duiven – en dan ben je jezelf aan het afvragen waar die duiven dan voor staan. Net zoals bij het lezen van poëzie moet je bij zijn boeken een beetje je hoofd af schroeven en niet te veel nadenken over wat er precies staat. Ondanks het psychedelische aspect voel je tegelijkertijd wel wat hij bedoelt. Alsof hij aan bepaalde drugs zit die je zelf niet hebt genomen waardoor je het net niet helemaal volgt , maar wat er staat is daardoor wel boeiend.’

Letters To A Young Poet (1929) van Rainder Maria Rilke vind ik ook een erg mooi boek. Het is heel poëtisch en staat vol levenslessen, over de belangrijke dingen die je in het leven moet weten. Letters To A Young Poet is eigenlijk een antwoord op een brief die hij van een vriend heeft gekregen. Het is een advies wat hij aan zichzelf had willen schrijven als beginnend jonge dichter.’

(Marijn neemt een slokje koffie)

‘Ik merk dat ik vaak word aangetrokken door magisch-realistische elementen in boeken en gedichten. Zo weet ik nog heel goed dat ik voor het eerst Honderd jaar eenzaamheid (1967) las van GabrielGarcia Marquez en er zo betoverd door raakte dat ik dacht: ‘Wow, dit is hoe ik zou willen schrijven!’ Dat er iets door onze werkelijkheid verweven zit dat niet helemaal klopt en waardoor je een nieuwe, andere manier van naar de wereld kijken ontdekt.

Laatst had ik het daar nog over met mijn vriend: soms als ik ‘s avonds door de stad loop zie ik in de mist allemaal magische lichtjes om me heen opdoemen. Op zo’n moment waarin je de magie van het leven ineens weer herkent, zie je de wereld echt even een beetje veranderen. Want aan de ene kant kan ik wel realistisch en wetenschappelijk zijn, het is niet zo dat ik mezelf helemaal verlies in de spiritualiteit, maar ik ben er wel door gebiologeerd. Ik vind het leuk om over de magische kanten van het bestaan na te denken met de wetenschap in mijn achterhoofd. Dat vind ik het mooie aan het magisch-realisme; de subtiliteit ervan. Het moet voor mij niet al te gek of vol fantasy zijn want dan haalt het me juist uit het magische.’

Literatuur mag vol mysterieuze lichtjes zitten.

‘Ja, ik houd daarom ook erg van Scandinavische schrijvers. Ik vind Astrid Lindgren fantastisch – De Gebroeders Leeuwenhart was echt mijn lievelingsboek. Een paar jaar geleden kwam er boek uit over het leven van een Zweedse huisvrouw in de jaren vijftig (Leven tot elke prijs), dat was een enorme hype bij DWDD. Het ging over haar huwelijk, haar dagelijkse beslommeringen en dingen waarmee ze worstelde. Van Karl Ove Knausgårds ds serie (Mijn Strijd) heb ik ook een paar boeken gelezen – op een gegeven moment ben ik gestopt omdat het zo immens was. Soms is het heel grappig en soms is het too much. Als ik zijn vrouw was zou ik zo’n persoonlijke ontleding van het leven samen niet chill vinden, maar aan de andere kant zijn de boeken ook mooi en kwetsbaar. Ik denk dat Scandinavische literatuur een bepaalde soberheid heeft die ik fijn vind. Het is ontdaan van poespas en tierelantijntjes.

De Scandinavische literatuur heeft ook een soort hang naar het platteland, naar in verbinding staan met de natuur en de simpele dingen in het leven. Zoals naar je blokhut in the middle of nowhere gaan waar je maar een maand kan zijn omdat je anders raakt ingesneeuwd en het veel te koud is. Ik houd van boeken die over de natuur gaan, over de mens tussen de natuurelementen  – zoals Walt Whitman’s romans en boeken als De Acht Bergen (2016)  van Paolo Cognetti. Een vriendinnetje van me is naar Zweden verhuisd en ik heb haar afgelopen zomer opgezocht. In Zweden is het heel open en weids en rustig. Die sereniteit en rust vond ik heel prettig en ik begreep de Zweedse literatuur daardoor beter. In kan me goed voorstellen dat je in zo’n serene en sprookjesachtige omgeving ook sneller een elfje wordt.’

Wat is het meest ontwrichtende boek dat je hebt gelezen?

‘Ze beschrijft ook dat ze na het overlijden van haar man ontzettend veel papers ging lezen en haast een soort studie van haar rouwproces maakte; ze kreeg de onbedwingbare de neiging om alles te willen doorgronden: ‘Ik wil snappen hoe dit heeft kunnen gebeuren, ik wil snappen hoe alles werkt, ik wil snappen hoe het hart precies in elkaar steekt’. Die enorme honger naar kennis en dat je alles erover leest wat los en vastzit – die vond ik enorm herkenbaar. Ik denk dat je naar controle snakt. Een soort innerlijke kaart van de werkelijkheid wilt maken om te doorgronden hoe die precies in elkaar steekt, in een poging om er weer grip op te krijgen. Dat elke vorm en ieder stukje informatie waar je je handen maar op kunt leggen waardevol en kostbaar wordt, en dat je die vervolgens gebruikt om je ‘realiteitsmap’ in te vullen. Mensen in haar omgeving concludeerden dat Didion in haar rouwperiode een soort cool customer werd. Ze beaamde later dat ze inderdaad na het overlijden van haar man kil en analytisch werd, maar naar eigen zeggen kwam dit vooral omdat ze gek werd van verdriet en haar grip op de realiteit had verloren.’

Waardoor ontstond het gevoel dat ze haar grip op de werkelijkheid had verloren?

‘Ze geloofde tijdens de rouw in een soort magische wereld waarin haar man nog steeds ieder moment op kon staan, zijn schoenen aan kon doen en de deur uitlopen. Of op ieder moment gewoon weer voor de deur zou staan. En dat herkende ik heel erg. Hoe je te midden van al het verdriet magisch gaat denken; dat je bijvoorbeeld een foto ziet en de foto haast een levende entiteit wordt omdat er zoveel herinneringen aan gekoppeld zijn, maar dat het ook voelt alsof dit nog écht een stukje van die persoon is. Een soort relikwie. Ik vond dat ze dat zo goed en helder had opgeschreven, op een manier die ik niet eerder was tegengekomen. Het riep zo ontzettend veel herkenning op. Ik vond het indrukwekkend dat Didion dat kon. Dat is ook de reden waarom ik zo graag boeken lees: je kunt echt in het hoofd van iemand anders kruipen. Zien hoe iemand de wereld ervaart. Dat kan op moeilijke momenten zoveel troost bieden. The Art of Magical Thinking was denk ik het meest ontwrichtende maar ook troostende, omdat ik me zo herkende in het rouwproces van Didion, met alle radeloosheid en gekkigheid. Het is natuurlijk verdrietig en zwaar, maar er zitten ook dierbare en grappige momenten in. Het is supermooi.’

Welk boek gaf je onverwacht nieuwe inzichten?

Het boek wat me de meeste nieuwe inzichten gaf was De ontdekking van de wereld (1984) van Clarice Lispector. Zij schreef op zo’n gekke manier. Ik ken niemand die schreef zoals zij. Vooral haar columns vond ik erg leuk (je moet er niet te veel achter elkaar lezen want dan word je er een beetje gek van – gewoon eens in de zoveel tijd). Een paar jaar geleden is De ontdekking van de wereld in het Nederlands vertaald. Het is een bundeling bijzondere stukjes waarin ze bijvoorbeeld beschrijft dat ze veel zin heeft om een avondje met haar vrienden af te spreken, maar dat ze vooral uitkijkt naar de gesprekken die ze gaan voeren. Ze reflecteert erop dat ze behoefte heeft aan iemand die een beetje in haar hoofd wroet en verlangt naar een gesprek dat iets blootlegt – maar dit kan ze eigenlijk niet tegen haar vrienden zeggen want dat klinkt een beetje gek – ze merkt op; ‘Dan nodig ik ze gastvrij uit voor een gezellig etentje bij me thuis, maar dan is dát eigenlijk mijn motivatie? Een soort socratische dialectiek? Haar zelfreflecties en innerlijke dialogen zijn zo grappig. Ook haar boek Het uur van de Ster (1977) is bijzonder. Het gaat over een meisje dat erg lelijk is en verliefd wordt op een jongen die haar gebruikt en onaardig tegen haar is. De alwetende verteller in het boek geeft af en toe hints over de afloop, het is heel bizar maar ook grappig. Na afloop denk je: ‘Wat heb ik nu eigenlijk gelezen?’ Toch is het ondanks de absurditeit wel heel echt. Het is lastig uit te leggen wat ik precies voelde na het lezen van het boek. Ik had wel het idee dat het me op andere gedachten bracht. Na het lezen van Lispector kijk ik sowieso heel sterk op een andere manier naar de wereld.’

Hoe beïnvloeden haar stukjes jouw blik op de wereld?

‘Ze beschrijft alledaagse dingen op een manier die totaal niet alledaags is. Vaak zit het hem juist in die kleine alledaagse momenten waarin je onverwacht iets bijzonders meemaakt. Dat vind ik ook de schoonheid van boeken; dat ze lijken te gaan over het dagelijkse leven maar tegelijkertijd benadrukken wat daar zo bijzonder en ongewoon aan is. Hoe je megagekke dingen kunt denken als je gewoon ergens op de tram staat te wachten. Of een taxiritje waarin Lispector beschrijft wat ze tegen de taxichauffeur zegt versus wat ze eigenlijk bedoelt, en vervolgens reflecteert op het verschil daartussen. De miscommunicaties en wat er verloren gaat. Ze schrijft ook vaak; ‘Ik ben zo ingewikkeld dat ik mezelf niet eens begrijp.’ En dat vind ik herkenbaar omdat ik ook vaak niet precies weet of wat ik denk ergens opslaat – maar het uitspreken van die wonderlijke en dansende gedachten, al die gekkigheid in je hoofd, dat vond ik heel bijzonder om te lezen. Ze had ook ballen omdat ze alles gewoon opschreef. Lispector was één van de meest bekende schrijfsters in Brazilië, waar ze heen is gevlucht als Joodse vluchteling uit Georgië. Ze werkte een poosje bij een tijdschrift en toen ze haar eerste boek publiceerde werd het een enorm succes, maar ze had een heel onfortuinlijk huwelijk en in haar persoonlijke leven was ze doodongelukkig. De tragiek van haar leven was dat ze op handen gedragen en geroemd werd omdat ze de Portugese taal zo liet schitteren, terwijl haar leven op het persoonlijke vlak miserabel was. Je kunt nog een interview met haar op YouTube vinden dat vlak voor haar dood is opgenomen. Daarin zie je ook hoe wonderlijk ze is. Ze ziet eruit als een diva, rookt als een ketter, en je kijkt naar haar en denkt: ‘jij bestaat uit allemaal losse stukjes’. Ze was zo gelaagd. Een ontzettend boeiende vrouw.’

Wat zijn je lievelingsjeugdboeken?

‘Ik weet nog dat ik De Kinderen van Bolderburen (2000) van Astrid Lindgren minstens twintig keer heb gelezen. Het gaat over drie gezinnen met kinderen die in drie verschillende boerderijen naast elkaar wonen. Je volgt het leven van de kinderen in die gezinnen op de voet: ze zitten samen op een bergschooltje met één juf, doen samen spelletjes, bouwen hutten van stro en nemen op een dag een lammetje mee naar huis. Het is één grote verheerlijking van het opgroeien op het Zweedse platteland. Ik woonde zelf als kind op een boerderij in Schildwolde in Groningen, dus voor mij was veel uit De Bolderburen herkenbaar. Zoals dat we hutten gingen bouwen in het stro – wat achteraf gezien trouwens echt supergevaarlijk was – disclaimer: don’t try this at home. Het was echt fantastisch. Toen ik klein was hadden we alleen Nederland 1,2, en 3, een paar Duitse zenders en drie videobanden (Frank & Frey, de Leeuwenkoning, 101 Dalmatiërs) – en dat was het wel zo’n beetje wat betreft dingen die je kon doen als vermaak. Dus er zat niets anders op dan lezen of buitenspelen. En ik vond het heerlijk. Ik heb echt enorm veel vage kinderboeken gelezen. Laatst sprak ik een vriendin die dezelfde leesverslaving had omdat haar familie werkte bij De Slegte. Ik heb nog steeds een zwak voor kinderboeken. En kan met net zoveel liefde een kinderboek lezen als een boek voor volwassenen. De Geheime Tuin vond ik prachtig en spreekt nog steeds tot mijn verbeelding. Ik las ook vrij jong boeken van Jane Austen en Tolkien– al snapte ik de helft niet toen ik het voor het eerst las.’

Hoe beleefde je de boeken van Jane Austen toen je ze voor het eerst las?

‘Ik verplaatste mezelf helemaal in haar personages. Dat je jezelf ziet zitten in zo’n rustiek huisje en je je voorstelt hoe het is om verliefd te worden op een onmogelijke man. En dat het iets wordt, en dan toch niet, en dan toch weer wel –met al die nieuwsgierige zussen eromheen. Ik vond het een realistische beschrijving van onze sociale dynamiek. Hoe relaties in elkaar steken. Mijn verlangen naar haar boeken ontstond omdat de liefde me op mijn twaalfde bezig begon te houden.

Ik las Jane Austens boeken over de liefde vol nieuwsgierigheid terwijl ik het nog helemaal niet begreep of kon plaatsen. Bij haar boeken vroeg ik me toen vaak af: Waarom is het huwelijk nou zó belangrijk? Als hij zo stom is kun je toch voor iemand anders gaan? Waarom blijf je verlangen naar iets onmogelijks? Dat vond ik zowel intrigerend als onbegrijpelijk. Als ik Sense & Sensibility of Pride & Prejudice nu zou herlezen zou ik er een totaal ander beeld van krijgen. Je leest toch ook je eigen verlangens en worstelingen erin terug. Jane Austen is wel bij uitstek een schrijfster bij wie je veel meer ontdekt tijdens een herlezing.

Heb je een lievelingsboek in de categorie non-fictie?

‘Ik ben net begonnen in de dagboeken van Virginia Woolf. Ik had m’n lievelingsfilm The Hours opnieuw gezien. Toen ik The Hours voor het eerst zag begreep ik het nog niet zo goed, wat precies de link was met Mrs. Dalloway en hoe lastig Virginia Woolfs leven eigenlijk was.

Ik zag allemaal dingen die ik daarvoor nog niet had herkend. En in haar dagboeken lees ik nu ook dingen waarvan ik denk: ‘Wow!’ Ik denk meer na over hoe het was om als vrouw in de Victoriaanse tijd te leven. Vroeger dacht ik: ‘Waarom heb je zo’n duistere geest?’ Ik denk dat ik nu beter begrijp hoe het leven toen in elkaar stak. Wat haar in de voeten werd geschoven was: je bent een hysterische (psychotische) vrouw dus je spreekt niet altijd de waarheid. Maar hoe ging het er in haar hoofd aantoe en wat was er nu eigenlijk echt aan de hand? Dat vraag ik me af als ik haar dagboeken lees. Want wat ze deed als vrouw – prachtige romans schrijven – was in die tijd natuurlijk abnormaal. Dus ik vraag me in af hoeverre dat gegeven onze perceptie van haar als persoon heeft beïnvloed. De manier waarop ze zichzelf helemaal verloor in haar werk en dat deed in een tijd waarin dat voor vrouwen eigenlijk nog niet toegestaan was, vind ik heel boeiend.

Dankzij haar dagboeken heb je de mogelijkheid om in haar wereld te kijken. Vroeger als ik haar boeken las dacht ik; wat is nu eigenlijk het probleem? Waarom ben je zo ongelukkig? Ik kan me inmiddels beter voorstellen dat je gek wordt als je niet de vrijheid hebt om te doen wat je echt wilt doen. Ik vind het soms al lastig om gelukkig te zijn terwijl ik wél doe wat ik leuk vind. Daarbij kan ik me goed voorstellen dat het ontzettend moeilijk was om niet terug te kunnen gaan naar Londen wanneer ze dat wilde. En dat de man met wie ze getrouwd was bepaalde keuzes voor haar maakte. Zo’n man die wel het beste met je voor heeft maar ergens toch ook over jou beschikt. Dat is dubbel.

Haar dagboeken gaan natuurlijk ook veel over dagelijkse beslommeringen, omdat ze zo’n literaire virtuoso was vergeet je soms bijna dat zij ook een normaal dagelijks leven had. Ik vind het boeiend om te lezen hoe het dagelijks leven er toen aan toe ging. Haar dagboeken zijn in de vorige eeuw geschreven maar als je het leest voelt dat helemaal niet zo. Natuurlijk zijn het geld en de boodschappen die iemand doet wel anders, maar de daily struggles zijn hetzelfde. Ze kon onmogelijke eisen stellen aan haar omgeving en glipte soms bijvoorbeeld stiekem weg om te schrijven als ze geen zin had in visite.