Lockdown Life

Baby Yoda 

Het heimelijk grappige aspect van de lockdown vond ik dat iedereen er een beetje gek uit ging zien. We sloegen niet groen uit maar toch was het alsof we allemaal een beetje baby Yoda werden. Na een paar maanden viel het me bij de meeste mensen op dat hun gezichten nog precies hetzelfde waren maar toch totaal verschillend, alsof onze uitdrukkingen waren uitgewasemd. Wat uitgewasemd precies betekent in deze context weet ik niet, maar het is wel het woord wat ik nodig heb. Ik kan niet precies onder woorden brengen waar het hem inzit maar het is net alsof onze gezichten tijdens de lockdown langzaam zijn uitgevloeid, alsof iemand er in Photoshop met één grote brush overheen is gegaan om ze zo egaal en ontspannen te maken dat ze ervan zijn gaan glanzen.

De eerste bij wie het me opviel was Karlie Kloss die vanuit haar olijfbomen ranch liet zien wat er allemaal in haar tas zit. Ze was één groot glanzend waas, in haar gezicht was geen gespannen spiertje meer te bekennen. Karlie Kloss is een topmodel dat houdt van code schrijven en zoveel mogelijk vrouwen aanmoedigt om developer te worden, ze is getrouwd in het prachtige Yellowstone-gebied en daarnaast laat ze ieder half jaar aan ons zien wat er in haar tas zit. Het is letterlijk een filmpje waarin ze in haar tas graait en dan bij ieder product een specifiek verhaaltje vertelt over waarom het zo geweldig is om in haar tas te hebben – dat vindt ze leuk (ik vind het blijkbaar ook leuk anders zou ik dit niet weten). Karlie heeft een soort fuzziness die ik verder alleen ken van mijn moeder en die mijn vader vroeger altijd de indruk gaf dat hij iets miste waardoor hij bij ons kwam zitten totdat hij zich realiseerde dat het al een kwartier over een Doutzen kasjmier trui ging van Repeat en dat de hamvraag was of we hem in het poeder roze, staalgrijs of in het camel gingen bestellen (Poeder roze staat mij iets minder mooi maar mijn moeder fantastisch, staalgrijs komt op de derde plek omdat ik volgens mijn moeder een hamsterneiging heb met grijs dus die calculeert ze in, camel is dan de beste mogelijkheid omdat het ons beiden goed staat maar het moet ook niet te braaf en te ouwelijk worden, dus dat ligt ook aan de snit, de hoeveelheid ingesmokkelde viscose en de vorm van de trui, en dat weten we niet altijd zeker dus gaan we opnieuw terug naar poeder roze en begint de cyclus opnieuw, en dit gaat over één trui uit de collectie, dus als zijn dubbele espresso klaar was vertrok mijn vader weer naar zijn Perzische tapijten en de progrock van Todd Rundgren, die laatste maakt veilig politieke muziekcomposities tussen de flamingo’s op Hawaï). 

De tweede bij wie het me opviel was Sophie Turner die een gelukzalige glow had gekregen en met een schuldbewuste blik verklaarde als hardcore huismus innig gelukkig te zijn in haar pyjama, die ze ook aan de camera liet zien door haar been omhoog te gooien (ze was voor het Zoom gesprek alleen van de bovenkant officieel aangekleed). De derde bij wie het me opviel was Maya die er altijd al sereen en zen uitzag maar die er nu zo sereen en zen uitzag dat Tibetaanse monniken er bijna gespannen bij lijken (ze heeft een extra schittering gekregen sinds ze op een ezeltje met de nomaden in Kirgizië is rondgetrokken). De vierde bij wie het me opviel was mijn moeder die van de pandemie een permanent verbaasde uiltjesblik had gekregen en broeken bij me inleverde die ze niet meer droeg met de boodschap ‘zitnietmeer’, de vierde was Connie Palmen die dezelfde uiltjesblik kreeg toen Ronit Palache voor het Crossing Border interview aan haar vroeg of ze ook een roman over iets anders dan de liefde zou willen schrijven. Ik zag haar zichtbaar nagaan over welk thema je in godsnaam anders een roman kon maken (‘Waar moet ik over schrijven dan?’) maar ze was erg sereen, dus tenslotte kwam ze uit bij een boek over een walvis en vroeg met een uiltjesblik ‘Moby Dick?’ waarop ik een giechelbui kreeg. 

De vijfde was Taylor Swift die ik vooral ken van haar strakke 1989 bob, perfecte rode lippenstift en  en piekfijne stijlgevoel maar die tijdens haar documentaire Folkore: The Longpond Sessions gelukzalig op een stoeltje zat met een groot glas wijn in een wijde broek van velours, met een ontplofte pony en een paars petje op. De essentie van waar iedereen doorheen is gegaan in de lockdown was vooral te zien aan Taylor’s haar, die als popster diva weer verscheen als een weerbarstig geworden krullenbol, wat me op de één of andere manier sterk deed denken aan een ooit altijd perfect getrimde en tot in de puntjes verzorgde cavia die de wildernis in is ontsnapt en daar compleet verfomfaaid maar met vernieuwde wijsheid uitkomt. Zo sprak ze ook, met diezelfde vastbesloten guineapig-wheek-ondertoon. Ze zat barstensvol met nieuwe en over elkaar heen tuimelende inzichten, ze formuleerde alles zo scherp en precies, zo raak en op de essentie, dat ik er helemaal druk van werd. Jack Antonoff en Bryce Dessner kregen er geen speld tussen. Ze klinkt nu ook niet meer als een Amerikaanse popster maar als een kruising tussen een postmoderne philosophy major die op exchange is geweest en een English literature major die zich verdiept heeft in de romantiek, de psycho-analyse en het concept van The Madwoman in The Attic, daarbij vertelde ze haar producer Jack Antonoff (die eigenlijk vooral graag een beetje muziek wilde maken) alles over John Keats en William Wordsworth. Ik was helemaal in mijn sas met de documentaire en Emile vond het (ondanks dat Taylor het in de documentaire erg veel had over Taylor) ook mooie en melancholieke muziek, vooral de nummers Champagne Problems en Exile, die ze samen met haar vriend heeft gemaakt tijdens de lockdown. Ik was er helemaal stuiterig van en er bijna weer klaar voor om al mijn interpunctie overboord te gooien, omdat Taylor tijdens de eerste lockdown voor het eerst Rebecca en Jane Eyre had gelezen, waardoor Folklore vol met literaire verwijzingen zit. De verwijzingen zijn niet eens altijd specifiek, er hangt een Brontë sister nevel door haar muziek, alsof ze er op de achtergrond op hun gemak doorheen spoken.

Gouden glitters 

Tenslotte viel het me op een namiddag ook op bij mezelf; de groei van mijn innerlijke zen boeddhistische baby Yoda. Mijn moeder vond het maar niets dat haar favoriete tuincentrum Van Der Roest ging sluiten en hierdoor gingen we naar tuincentrum Rebel (vond ze niks), tuincentrum Waterplant (vond ze ook niks), een tuincentrum in Baarn (toch niet hetzelfde) en tenslotte slenterden we samen over een kerstmarkt door een tuincentrum in Soest langs de kabouters (dat is een beetje ons lot, altijd weer terecht komen tussen de kabouters) en na veel boompjes, engelen, kaarsen, vlinders en lampjes te hebben vergeleken zaten we volledig onder de glitters in de auto, en kwam ik verkleumd maar tevreden thuis met een mini-kerstboom en twee gouden mini-boompjes met lichtjes, waarop Emile opmerkte dat ik helemaal onder de gouden glitters zat. Dat heeft nog een maand geduurd. Er zaten gouden glitters op mijn wangen, in mijn hals, onder mijn nagels, in mijn wimpers, onze thee, op de vloer, in de douche, op het tapijt (onder het tapijt), en Emile plukte ze regelmatig uit mijn haar, maar ik bleef in de gouden glitters zitten. Het deed me denken aan een berichtje wat ik in 2018 had gekregen van een goede vriendin. Haar moeder was ernstig ziek geworden en mijn oma was rond dezelfde tijd na een herseninfarct zwaar gehandicapt in een verpleegtehuis terecht gekomen, waardoor ik in de tuin met haar belde midden tussen de halsbandparkieten die in de coniferen hingen, terwijl oma op de achtergrond stiekem zat te luistervinken. Ik kon me nauwelijks meer een voorstelling maken van waar ze doorheen ging, alle pogingen om haar te steunen voelden half en ontoereikend. Middenin dat vloerende, donkere wolkendek stuurde ze op een ochtend: ‘Throw glitter in today’s face’.

Bij de tweede lockdown vroegen Jonas en ik ons af of we in de toekomst ooit weer spijkerbroeken zouden gaan dragen. Ik had een fleece legging van de H&M binnen gekregen (na zes maanden te hebben geleefd in een te grote joggingbroek die ik van Emile had gestolen en een Armani trui uit 1993 werd het tijd voor afwisseling) en Jonas had die dag een superzachte joggingbroek van de Uniqlo gekocht, dus ik weet eerlijk gezegd niet of het er nog inzit. Spijkerbroeken. Misschien horen ze in de toekomst bij een ander tijdperk. De narratieven die ik voor mezelf had gebouwd zijn vervaagd, de vesting die ik om mezelf getimmerd had is afgebrokkeld, en groot gedeelte van de ruis en de bullshit is weggespoeld. Misschien is dat wel de reden waarom zoveel mensen me nu aan baby Yoda doen denken, misschien is dat gewoon wat er gebeurt wanneer je de stilte niet hoeft op te zoeken, maar geestelijk wordt terug gebracht tot de kern en de essentie. Ik vond de stilte op sommige momenten wonderschoon, meestal wanneer mijn eigen glucosebabbelmonstertjes er niet tussen zaten met gedachtespinsels. Veel feestdagen en verjaardagen vielen tijdens de lockdown in het water, maar met Juliette (een goede vriendin) reflecteerde ik dat er gelukkig ook mooie dingen zijn gebeurd in 2020, waaronder de geboorte van haar kersverse zoontje en het samenwonen met mijn geliefde. Voor mijn moeder’s zestigste verjaardag op 31 december spraken we af om ’s middags te high tea’en met een quiche en lekkers, besloot ik glühwein en een tiramisu te maken, zowel als gouden confetti en sterretjes mee te nemen. Het was in 2020 de kunst om de sfeer in een kleine kring feestelijk en knus te maken.

Het leven in de lockdown had ook goede consequenties, zoals dat ik de ideeën die zich als vishaakjes in mijn neuronen hadden gehaakt weer los kon gooien, een hoop ingesleten patronen kon opgraven, en eindelijk met een gerust hart kon bewegen in het tempo dat mijn vlammende gewrichten toelieten. Alsof de voorheen gefossiliseerde lagen aan woorden (woordlagen?) ergens tijdens de lockdown uit mijn lederhuid zijn gesleten. Dat zijn voordelen van dit nieuwe en meer akoestische leven. Op een ochtend werd ik wakker als Agnes Obel; ik voelde me net zo gebutst en rustiek als een antieke eettafel met krassen en leefsporen erop, waar je niettemin nog steeds prima met warme chocomelk aan kunt hangen. Sinds de lockdown is er veel wat me niet meer kan schelen. Het merendeel was toch gezwollenheid, geveins, gedoe, plastic of nep, of hing alleen nog maar van kunst en vliegwerk aan elkaar. Ik smeerde die ochtend alleen wat dagcrème op mijn gezicht, wikkelde een hoge knot in en wandelde in mijn mosgroene jas het ochtendlicht in

Aanbevolen artikelen